Bovenpaneel
Nummer | Item | Uitleg |
|---|---|---|
| Pads [1]–[9] | Bespeel de pads door erop te slaan met uw drumstokken. De indicatoren onder elke pad (de zogenaamde “pad-LED’s”) reageren wanneer de pads worden aangeslagen. |
| [MASTER]-regelaar | Regelt het volume van het signaal van de MASTER OUT-aansluitingen. |
| [PHONES]-regelaar | Regelt het volume van het signaal van de PHONES-aansluiting. |
| [CLICK]-regelaar | Regelt het klikvolume. |
| TEMPO-indicator | Licht op in de maat met het ingestelde tempo. |
| [START/STOP]-knop | Start/stopt het klikgeluid. |
| [MASTER EFFECT]-regelaar | Wijzigt het mastereffect. |
| MASTER EFFECT [ON/OFF]-knop | Hiermee schakelt u het mastereffect in en uit. |
| PAD EDIT [1] [2]-regelaars | Bewerkt de verschillende parameters. |
| [SELECT]-knop | Selecteert de doelbewerkingen (de parameters die moeten worden bewerkt) voor de PAD EDIT [1] [2]-regelaars. [1]-regelaar Gedoofd: uit Bovenste rij opgelicht: Layer Volume Onderste rij opgelicht: Transient Attack Beide rijen opgelicht: Assign [2]-regelaar Gedoofd: uit Bovenste rij opgelicht: Coarse Tune Onderste rij opgelicht: Transient Release Beide rijen opgelicht: Assign |
| Display | Toont de kitnaam, wavenaam, inhoud van de instellingen en andere informatie. |
| FUNCTION-knoppen 1–6 | Deze knoppen voeren de functies uit die op het display worden weergegeven. Deze handleiding verwijst naar de knoppen als de [F1]–[F6]-knoppen, in volgorde van links naar rechts. |
| [ALL SOUND OFF]-knop | Stopt alle geluiden die worden afgespeeld. Houd er rekening mee dat u de [ALL SOUND OFF]-knop niet kunt gebruiken om de effectgeluiden te dempen waarop het MASTER-effect of KIT MFX is toegepast (zoals de delay-galm, geluiden die in een lus worden afgespeeld met het loopereffect, enzovoort) of het klikgeluid (inclusief de kliktrack). |
| [PAD CHECK]-knop | Terwijl u deze knop indrukt, wordt het geluid van de pads die u aanslaat alleen uitgevoerd via de PHONES-aansluiting. Houd de [SHIFT]-knop ingedrukt en druk op de [PAD CHECK]-knop om de PREVIEW-functie op te roepen. |
| [MENU]-knop | Roept verschillende functies op, zoals de instellingen voor elke kit, de algemene instellingen voor dit apparaat, enzovoort. |
| [SHIFT]-knop | Door deze knop ingedrukt te houden en vervolgens op een andere knop te drukken, verandert de functie van die knop. |
| [VALUE]-regelaar | Gebruik deze knoppen om tussen kits te schakelen en waarden te wijzigen. |
| Cursorknoppen [à] [á] [ã] [â] | Verplaatst de cursor. |
| [EXIT]-knop | Hiermee keert u terug naar het vorige scherm. Hiermee wordt ook een bewerking ongedaan gemaakt. |
| [ENTER]-knop | Gebruik deze knop om een waarde te bevestigen of een bewerking uit te voeren. |
| [KIT]-knop | Toont het beginscherm (kitscherm). |
| [-] [+]-knoppen | Gebruik deze knoppen om tussen kits te schakelen en waarden te wijzigen.
|