Uitleg van de elementen die op dit scherm worden gebruikt

KIT-scherm (uitleg van elk pictogram en de getoonde informatie)

Nummer

Uitleg

Toont het kitnummer (1–200).

Toont de kitnaam (maximaal 16 tekens).

Toont de kitmemo (maximaal 64 tekens).

Schakelt het mastereffect in/uit en toont de effecten die aan het mastereffect zijn toegewezen.

Toont het kliktempo en de status van de klikstartpad.

Toont het master out-niveau (het niveau van het signaal vóór de [MASTER]-regelaar).

Toont de momenteel geselecteerde pad in blauw. Klikstartpads worden weergegeven met een rode rand.

Toont de momenteel geselecteerde TRIG IN in blauw. Klikstartpads worden weergegeven met een rode rand.

Toont de momenteel geselecteerde FOOT SW in blauw. Klikstartpads worden weergegeven met een rode rand.

De indicator gaat branden als reactie op het MIDI in/out-bericht.

MEMO

F1 (MTC Quarter Frame), F8 (Timing Clock), FE (Active Sensing) en FF (System Reset) worden niet ondersteund.

Dit wordt weergegeven wanneer het geluid voor de huidige pad is ingesteld op niet-uitvoer via de MASTER OUT/PHONES-aansluitingen.

Gebruik de cursorknoppen [ã] [â] om te schakelen tussen de informatie die op het KIT-scherm wordt weergegeven.

U kunt de volgende informatie weergeven.

  • Padinformatie
  • TRIGGER IN/FOOT SW-informatie
  • De niveaumeter weergeven
    De niveaumeter kan niet worden weergegeven als u de setlijst gebruikt.

[F1] (PAD VIEW)-knop

Toont/verbergt de informatie voor elke pad die op het beginscherm wordt weergegeven.

Als u geen padinformatie wilt weergeven, is de kitnaam groter. (U kunt de gewenste afbeelding instellen als achtergrond.)

[F2] (LAYER A/B)-knop

Schakelt tussen layer A- en layer B-weergave, wanneer de informatie voor elke pad op het beginscherm wordt weergegeven.

[F3] (KIT LIST)-knop

Toont het venster voor het oproepen van een kit.

[F4] (CLICK)-knop

Toont het tempo-instellingsvenster.

[F5] (TOOLS)-knop

Groepeert de functies die u vaak als tool gebruikt.

ØSneltoetsen voor handige functies (TOOLS)” wordt weergegeven.

[F6] (SET LIST)-knop

Toont het venster voor het oproepen van een setlijst.

Geeft het padnummer weer.

Geeft de ONE SHOT/ALTERNATE/LOOP-layerstatus als een pictogram weer.

Toont de aan/uit-status voor layer A/B.

Er wordt een hi-hatpictogram weergegeven wanneer Layer Type is ingesteld op “HI-HAT”.

Toont het uitgangsniveau voor elke pad.

Toont de kleur van de pad-LED.

Bovenste rij: geluidsvoortgang layer A

Onderste rij: geluidsvoortgang layer B

Toont de naam van de wave die aan de layer is toegewezen.

Dit pictogram geeft aan dat dit een padsequencepad is (een pad die wordt gebruikt om de padsequence naar voor te verplaatsen).

ØPads in een vooraf bepaalde volgorde laten spelen (PAD SEQUENCE)

Als u een padsequencepad aanslaat, wordt het nummer van de volgende stap en de pad die klinkt weergegeven.

ØPads in een vooraf bepaalde volgorde laten spelen (PAD SEQUENCE)

TRIGGER IN/FOOT SW-scherm (uitleg van elk pictogram en informatie)

Nummer

Uitleg

Toont informatie voor TRIGGER IN 1–8.

Toont informatie voor FOOT SW 1–2.

Niveaumeterscherm (uitleg van elk pictogram en de getoonde informatie)

Nummer

Uitleg

Toont het MASTER OUT-niveau (het niveau van het signaal vóór de [MASTER]-regelaar).

Toont het PHONES OUT-niveau (het niveau van het signaal vóór de [PHONES]-regelaar).

Toont de DIRECT OUT 1-4 niveaus.

Toont het AUDIO IN-niveau.

Toont het USB AUDIO OUT-niveau.

CH1: MASTER OUT L

CH2: MASTER OUT R

CH3: DIRECT OUT 1

CH4: DIRECT OUT 2

CH5: DIRECT OUT 3

CH6: DIRECT OUT 4

CH7: AUDIO IN L

CH8: AUDIO IN R

[F2] (MASTER/PAD)-knop

Schakelt tussen het masterniveau en de padniveauweergave, wanneer het beginscherm van de niveaumeter wordt weergegeven op het beginscherm.