Een wave bewerken (WAVE EDIT)

  1. Druk in het WAVE LIST-scherm op de [F2] (WAVE EDIT)-knop.
  2. Het WAVE EDIT-scherm verschijnt.

Parameter

Waarde

Uitleg

Wave

00001 (wavenaam)–20000 (wavenaam)

Stelt de wave in waarvan u de wavevorm wilt bewerken.

Start Point

-

Stelt het startpunt in (de plaats waarop de wave begint te spelen).

Loop Point

-

Stelt het luspunt in (de plaats waarop de lus van de wave begint te spelen).

End Point

-

Stelt het eindpunt in (de plaats waarop de wave stopt met spelen).

Tempo

20.0–260.0

Stelt het wavetempo in.

Level

0–127

Stelt het wavevolume in.

Knop

Uitleg

[F1] (EXIT)

Sluit de WAVE EDIT-modus af.

[F2] (NORMALIZE)

Regelt het wavevolume.

[F3] (TRUNCATE)

Verwijdert onnodige delen van de wave.

[F4] (REVERSE)

Creëert een omgekeerde versie van de wave.

[F5] (PREVIEW)

Geeft een voorbeeld weer van de wave die u aan het bewerken bent.

De wave wordt in een lus afgespeeld als u [SHIFT] ingedrukt houdt en op [F5] (PREVIEW) drukt. Als u nogmaals op [F5] (PREVIEW) drukt, stopt het afspelen van de lus.

[F6] (RENAME)

Geeft de wave een andere naam.

[SHIFT] +[F3] (TIME STRETCH)

Voert offline time stretches van hoge kwaliteit uit.

[SHIFT] +[F4] (TEMPO DETECT)

Analyseert het wavetempo en stelt automatisch het tempo in.

[SHIFT] +[F5] (PREVIEW)

Speelt de wave die u bewerkt af als een lus. Als u nogmaals op [F5] (PREVIEW) drukt, stopt het afspelen van de lus.

Cursorknoppen [à] [á] [ã] [â]

Selecteert een parameter.

[-] [+]-knoppen, [VALUE]-regelaar

Bewerkt de instelling.

[SHIFT]-knop + cursorknoppen [à] [á] [ã] [â]

Zoomt in/uit op de weergegeven wavevorm.

Het volume van de wave aanpassen (NORMALIZE)

Hier leest u hoe u het volume van waves kunt aanpassen, bijvoorbeeld wanneer ze zacht klinken, zodat het volume van de wave wordt gemaximaliseerd zonder te worden vervormd.

  1. Druk in het WAVE EDIT-scherm op de [F2] (NORMALIZE)-knop.
  2. Het NORMALIZE-venster verschijnt.
  3. Gebruik de [-] [+]-knoppen of de [VALUE]-regelaar om te selecteren of u de wave wilt overschrijven of wilt opslaan als een nieuwe wave.
  4. Geef de wave een andere naam ([F5] (NAME)-knop).
  5. Druk op de [F6] (EXECUTE)-knop om de bewerking uit te voeren.
  6. Er verschijnt een bevestigingsbericht.
  7. Selecteer “OK” en druk vervolgens op de [ENTER]-knop.
  8. Druk op de [F4] (EXIT)-knop om de bewerking te annuleren.

Onnodige delen van een wave verwijderen (TRUNCATE)

Stelt het bereik in waarbinnen de wave klinkt (met behulp van de start- en eindpunten) en wist de onnodige delen, wat helpt om geheugen vrij te maken.

  1. Druk in het WAVE EDIT-scherm op de [F3] (TRUNCATE)-knop.
  2. Het TRUNCATE-venster verschijnt.
  3. Gebruik de [-] [+]-knoppen of de [VALUE]-regelaar om te selecteren of u de wave wilt overschrijven of wilt opslaan als een nieuwe wave.
  4. Geef de wave een andere naam ([F5] (NAME)-knop).
  5. Druk op de [F6] (EXECUTE)-knop om de bewerking uit te voeren.
  6. Er verschijnt een bevestigingsbericht.
  7. Selecteer “OK” en druk vervolgens op de [ENTER]-knop.
  8. Druk op de [F4] (EXIT)-knop om de bewerking te annuleren.

Een wave maken die achteruit wordt afgespeeld (REVERSE)

Hier leest u hoe u een wave maakt die in omgekeerde richting wordt afgespeeld, op basis van een bestaande wave.

  1. Druk in het WAVE EDIT-scherm op de [F4] (REVERSE)-knop.
  2. Het REVERSE-venster verschijnt.
  3. Gebruik de [-] [+]-knoppen of de [VALUE]-regelaar om te selecteren of u de wave wilt overschrijven of wilt opslaan als een nieuwe wave.
  4. Geef de wave een andere naam ([F5] (NAME)-knop).
  5. Druk op de [F6] (EXECUTE)-knop om de bewerking uit te voeren.
  6. Druk op de [F4] (EXIT)-knop om de bewerking te annuleren.
  7. Selecteer “OK” en druk vervolgens op de [ENTER]-knop.
  8. Druk op de [F4] (EXIT)-knop om de bewerking te annuleren.

Een wave een andere naam geven (RENAME)

Hier leest u hoe u een wave een nieuwe naam kunt geven (maximaal 16 tekens).

  1. Druk in het WAVE EDIT-scherm op de [F6] (RENAME)-knop.
  2. Het WAVE RENAME-venster wordt geopend.
  3. Gebruik de cursorknoppen [ã] [â] om de cursor te verplaatsen.
  4. Gebruik de [-] [+]-knoppen om het teken te selecteren.
  5. U kunt ook de [VALUE]-regelaar gebruiken om een teken te selecteren.

Knop

Uitleg

[F2] (Aãâa)

Schakelt tussen hoofdletters/kleine letters.

[F3] (â0)

Schakelt over naar numerieke invoer.

[F4] (INSERT)

Voegt een teken in op de cursorpositie.

[F5] (DELETE)

Verwijdert het teken op de cursorpositie.

[F6] (EXIT)

Sluit af en keert terug naar het WAVE EDIT-scherm.