Het afspeeltype instellen (PAD EDIT - PLAY TYPE)
Wanneer u een pad aanslaat, wordt een lijn weergegeven die overeenkomt met de snelheid (hoe hard u de pad aanslaat).
Gebruik de cursorknoppen [à] [á] [ã] [â] om een parameter te selecteren en gebruik de [-] [+]-knoppen om de waarde te bewerken.
Parameter | Waarde | Uitleg |
|---|---|---|
Play Type Template | SINGLE, PHRASE, LOOP, LOOP (Mute on Kit Change), HI-HAT | Stelt in hoe de wave speelt.
SINGLE: selecteer dit bij het spelen van enkele geluiden zoals de kick, snare, clap enzovoort. PHRASE: selecteer dit om de wave als een frase af te spelen. LOOP: selecteer dit wanneer u herhaaldelijk waves afspeelt. LOOP (Mute on Kit Change): selecteer dit wanneer u herhaaldelijk waves afspeelt. Als u echter overschakelt naar een andere kit, stopt de wave die herhaaldelijk wordt afgespeeld. HI-HAT: selecteer dit wanneer u layer A gebruikt voor HH CLOSE en layer B voor HH OPEN. U kunt een hi-hatpedaal (apart verkrijgbaar) aansluiten op de HH CTRL-aansluiting om te schakelen tussen layer A en layer B. |
Dynamics Switch | OFF, ON | ON: verandert het volume volgens de “Dynamics Curve”-instellingen, als reactie op hoe hard u op de pads slaat. OFF: als u op een pad slaat, wordt het geluid afgespeeld op het volume dat u hebt ingesteld in “Fixed Velocity”. |
Dynamics Curve | LINEAR, LOUD1, LOUD2, LOUD3 | Als dit is ingesteld op “LINEAR”, verandert het geluid op natuurlijke wijze, afhankelijk van hoe hard u de pads aanslaat. Als dit is ingesteld op “LOUD 1” tot en met “LOUD 3”, worden er gemakkelijker luidere geluiden gemaakt. |
Fixed Velocity | 1–127 | Als “Dynamics Switch” op OFF staat, stelt dit de snelheidswaarde in waarop de waves worden gespeeld. |
Trigger Reserve | OFF, ON | Als dit op “ON” staat, kunt u de pad vóór de accenttiming van de klik spelen om de noot te “reserveren”. Als u een noot “reserveert”, wordt deze afgespeeld op de volgende accentpositie van de klik. Als de klik niet wordt afgespeeld, wordt het geluid met dezelfde timing gespeeld als u de pad aanslaat als wanneer “Trigger Reserve” op “OFF” staat. |
Layer Type | MIX, FADE1, FADE2, XFADE, SWITCH, SW (MONO), ALTERNATE, HI-HAT | MIX: de waves voor layer A en layer B worden altijd samen gespeeld als een laag. FADE1: als u de pad aanslaat aan de Fade Point-snelheid of harder, speelt layer B ook samen als een laag. FADE2: als u de pad aanslaat aan de Fade Point-snelheid of harder, wordt het geluid van layer B als een laag toegevoegd, afhankelijk van hoe hard u speelt. Layers A en B spelen aan hetzelfde volume als u de pad aanslaat aan de Fade End-snelheid. Dit werkt in principe hetzelfde als FADE2, maar layer A klinkt zachter als u de pad sterker aanslaat dan de Fade Point-snelheid tot en met de Fade End-snelheid. SWITCH: schakelt tussen lagen op basis van hoe hard u speelt. Layer A wordt afgespeeld wanneer u de pad aanslaat op een niveau dat zwakker is dan de Fade Point-snelheid; en layer B wordt afgespeeld wanneer u de pad aanslaat op een niveau dat krachtiger is dan de Fade Point-snelheid. SW (MONO): in principe hetzelfde als SWITCH, maar alleen het meest recente geluid dat LAYER A/B speelt is hoorbaar (monofone modus), zodat nieuwere geluiden die u speelt de vorige overschrijven. ALTERNATE: layers A en B worden afwisselend afgespeeld. HI-HAT: gebruik dit in combinatie met het HH CTRL-pedaal. Als u het HH CTRL-pedaal indrukt, wordt het geluid van layer A (HH CLOSE) afgespeeld. Als u het HH CTRL-pedaal loslaat, wordt het geluid van layer B (HH OPEN) afgespeeld. Wijs het HH gesloten-geluid toe aan layer A en het HH open-geluid aan layer B. |
Fade Point | 1–127 | Stelt de slagkracht in waarop layer B begint te klinken. Met een instelling van “1” speelt layer B steeds af, ongeacht hoe hard u de pad aanslaat. Dit is alleen ingeschakeld als Layer Type = FADE1, FADE2, XFADE, SWITCH of SW (MONO) is. |
Fade End | 1–127 | Stelt het eindpunt van het fade- of crossfadebereik in wanneer het Layer Type “FADE2” of “XFADE” is. |
LAYER A/B
Parameter | Waarde | Uitleg |
|---|---|---|
Loop | OFF, ON, X2, X4, X8, ON (MUTE on KitChg) | Stelt in hoe vaak een wave wordt herhaald. Als dit op “ON” staat, blijft de wave zich herhalen. ON (MUTE on KitChg): de wave wordt herhaald totdat u overschakelt naar een andere kit. Door van kit te wisselen, stopt u het afspelen van de loop. |
Trigger Type | ONESHOT, ALTERNATE | Stelt in hoe de waves worden afgespeeld als u de pad aanslaat. ONE SHOT: de wave klinkt elke keer dat u de pad aanslaat. ALTERNATE: de wave klinkt elke keer dat u de pad aanslaat. |
Poly/Mono | POLY, MONO | Stelt in of de wave in polyfone of monofone modus worden afgespeeld. POLY: als er al een geluid wordt afgespeeld, wordt het nieuwe geluid eroverheen gespeeld. MONO: als er al een geluid wordt afgespeeld, overschrijft het nieuwe geluid dit geluid. |
Knop | Uitleg |
|---|---|
[F1] (MULTI VIEW) | Als het selectievakje is aangevinkt, wordt de instelwaarde voor de geselecteerde parameter weergegeven in de lijst met pads aan de rechterkant. Dit is handig als u een parameter zoals het volume voor elke layer in één keer wilt instellen. 1. Gebruik de cursorknoppen [à] [á] om een parameter te selecteren. 2. Druk op de cursorknop [ã] om de cursor naar de pad te verplaatsen. 3. Druk op een cursorknop [à] [á] [ã] [â] of sla een pad aan om de pad die u wilt instellen te selecteren. 4. Gebruik de [-] [+]-knoppen of de [VALUE]-regelaar om de waarde te bewerken. |
[F2] (LAYER) | Schakelt layer A in of uit. |
[F4] (LAYER) | Schakelt layer B in of uit. |
[F6] (LAYER COPY) | Kopieert of verwisselt een layer. |
[SHIFT] + [F4] (SET ALL) | Kopieert een parameter naar meerdere PAD/TRIGGER IN/FOOT SW tegelijk. From: selecteer kopieerbron PAD 1–9, TRIGGER IN 1–8 of FOOT SW 1–2. To: selecteer kopieerbestemming PAD 1–9, TRIGGER IN 1–8, FOOT SW 1–2 of ALL. [F4] (EXIT): annuleert de bewerking. [F6] (SET ALL): kopieert de gegevens. |
[SHIFT] + [F5] (PAD INIT) | Initialiseert de geselecteerde pad. |
[SHIFT] + [F6] (PAD COPY) | Kopieert een pad. |