Paneelbeschrijvingen

Voorpaneel

  1. [SELECT]-regelaar
  2. Verplaatst de cursor.
  3. Knop [GEAR SUITE] (LOCK: HOLD)
  4. Hiermee opent u de GEAR SUITE-functie.
  5. Houd deze knop lang ingedrukt terwijl het afspeelscherm wordt weergegeven om de vergrendelfunctie aan/uit te zetten. Deze functie voorkomt dat de regelaars of knoppen per ongeluk worden bediend wanneer u aan het spelen bent.
  6. [FX1]–[FX4]-knoppen
  7. Schakelt de blokken FX1 t/m FX4 in of uit.
  8. Hiermee selecteert u FX1–FX4 op het afspeelscherm.
  9. Houd deze knoppen lang ingedrukt voor een weergaven van een lijst met parameters voor elk blok.
  10. [1]–[3]-regelaars
  11. Draai aan de regelaars om de parameterwaarden te wijzigen of druk op de knoppen om items te selecteren, afhankelijk van het schermweergave.
  12. Knop [MENU/EXIT] (WRITE: HOLD)
  13. Druk op deze knop terwijl het afspeelscherm wordt weergegeven om de menupagina te openen.
  14. Gebruik dit op andere schermen om terug te gaan naar het vorige scherm of om een bewerking te annuleren (exit).
  15. Houd deze knop lang ingedrukt om het WRITE MENU scherm te openen.
  16. Regelaar [TYPE/VALUE] (ENTER: PUSH)
  17. Met deze regelaar wijzigt u de waarde op de cursorpositie of het effecttype van het effectblok.
  18. Als u op deze regelaar drukt, werkt dit net als de ENTER-knop.
  19. [É/1] , [Ç/2] schakelaars
  20. Gebruik deze schakelaars om te schakelen tussen geheugens en om effectblokken in of uit te schakelen.Ó “Instellingen voor voetschakelaar en expressiepedaal (ASSIGN)”
  21. Druk tegelijkertijd op beide schakelaars om naar de FSW mode (voetschakelaarmodus) te wisselen.
  22. De kleuren van de indicator en de verlichting veranderen afhankelijk van de functies die zijn toegewezen aan de [É/1], [Ç/2] schakelaars.

 

Achterpaneel

  1. INPUT L/MONO
  2. Sluit hier uw gitaar of de uitgang(en) van een extern effectapparaat aan.
  3. Als u de uitgangen van een stereo-effectapparaat aansluit op de ingangen van dit apparaat, sluit u hier de aansluiting voor het L-kanaalsignaal aan.
  4. INPUT R (RETURN)
  5. Sluit hier de aansluiting van het stereo-effectapparaat aan voor het R-kanaalsignaal.
  6. Sluit bij gebruik van de send/return-functie hier de uitgang van de externe effectlus aan.
  7. OUTPUT L/MONO
  8. Sluit deze aan op de ingang van uw versterker of van een extern effectapparaat. Wanneer u een monoverbinding gebruikt, sluit dan alleen aan op de L/MONO-aansluiting.
  9. Als u de ingangen van een stereo-effectapparaat aansluit op de ingangaansluiting voor het L-kanaal.
  10. OUTPUT R (SEND)
  11. Sluit deze aan op de ingang van het R-kanaal van een tweede versterker of stereo-effectapparaat.
  12. Sluit bij gebruik van de send/return-functie hier de ingangen van de externe effectlus aan.
  13. CTL1(3),2(4)/EXP-aansluiting
  14. Sluit hier een externe voetschakelaar of een extern expressiepedaal aan.
  15. MIDI OUT/IN
  16. Sluit hier een extern MIDI-apparaat aan.
  17. Sluit de MIDI OUT aan op de ingang van een extern MIDI-apparaat. Sluit de MIDI IN aan op de uitgang van een extern MIDI-apparaat.
  18. USB
  19. Gebruik een USB-kabel om een computer aan te sluiten voor het uitwisselen van MIDI-gegevens tussen de EX-4 en de computer.
  20. DC IN
  21. Sluit de meegeleverde netstroomadapter (PSA-S reeks) hier aan.
  22. De DC IN-aansluiting dient ook als stroomschakelaar. Het apparaat wordt ingeschakeld wanneer een stekker op de DC IN-aansluiting wordt aangesloten en het wordt uitgeschakeld wanneer de stekker wordt losgekoppeld.
  23. Massa-/aardaansluiting
  24. Sluit deze indien nodig aan op een externe aarde of massa. Deze moet indien nodig worden aangesloten.