Het effectgeluid (nagalm) overbrengen wanneer u van geheugen wisselt (CARRYOVER)

De functie die de staart van een effect (zoals delay of reverb) behoudt, zelfs nadat het effect is uitgeschakeld, wordt “carryover” genoemd.

Het carryover-geluid verandert overeenkomstig de instellingen van het geheugen waarnaar is overgeschakeld. Voor een natuurlijk resultaat raden we u aan dezelfde instellingen te gebruiken als hieronder weergegeven.

 

  1. Druk terwijl het afspeelscherm wordt weergegeven op regelaar [2].
  2. Het effectketenscherm wordt weergegeven.
  3. Draai aan de [SELECT]-regelaar om het MASTER-blok (MST) te selecteren.
  4. Druk op de [3]-regelaar.
  5. De parameter CARRYOVER wordt weergegeven.
  6. Draai aan de [2]-regelaar om de CARRY OVER-parameter in te stellen op “ON”.
  7. Sla het geheugen op.
  8. ØGeheugens opslaan (WRITE)