Het effectgeluid (nagalm) overbrengen wanneer u van geheugen wisselt (CARRYOVER)
De functie die de staart van een effect (zoals delay of reverb) behoudt, zelfs nadat het effect is uitgeschakeld, wordt “carryover” genoemd.
Het carryover-geluid verandert overeenkomstig de instellingen van het geheugen waarnaar is overgeschakeld. Voor een natuurlijk resultaat raden we u aan dezelfde instellingen te gebruiken als hieronder weergegeven.
- Configureer voor het vorige en het volgende geheugen de effectketen met dezelfde effecten in dezelfde volgorde. Stel elk effecttype ook zo in dat het hetzelfde is.
- Wijzig de parameterwaarden en de aan/uit-instellingen voor elk effect.
- Druk terwijl het afspeelscherm wordt weergegeven op regelaar [2].
- Het effectketenscherm wordt weergegeven.

- Draai aan de [SELECT]-regelaar om het MASTER-blok (MST) te selecteren.
- Druk op de [3]-regelaar.
- De parameter CARRYOVER wordt weergegeven.

- Draai aan de [2]-regelaar om de CARRY OVER-parameter in te stellen op “ON”.
- Sla het geheugen op.
- ØGeheugens opslaan (WRITE)