Basisprocedure voor het bewerken van effecten
U kunt de effecten bewerken door het effect dat u wilt bewerken in het effectketenscherm te selecteren.
U kunt ook effecten en parameterinstellingen bewerken die niet in de knoppen op het paneel staan.
- Druk op de [EDIT]-knop.

- Het effectketenscherm wordt weergegeven.

MEMO
U kunt de knoppen ook voor elk effect gebruiken om de effecten in of uit te schakelen.
- Draai aan de [1]-regelaar om het effect te kiezen dat u wilt bewerken.
MEMO
Draai voor FX1, FX2, FX3 en PEDAL FX (PFX) aan de [2]-regelaar terwijl een effect is geselecteerd om tussen typen te schakelen.
- Druk op de [2]-regelaar om het geselecteerde effect in of uit te schakelen.
- Druk op de [ENTER]-knop om het bewerkingsscherm te openen.

- Gebruik de [1]–[3]-regelaars om de waarde van elke parameter op te geven. U kunt de [å] [ä]-knoppen gebruiken om de cursor te verplaatsen.
MEMO
Als u een waarde in grotere stappen wilt wijzigen, draait u aan een regelaar terwijl u deze ingedrukt houdt.
- Druk een aantal keer op de [EXIT]-knop om terug te keren naar het afspeelscherm.
MEMO
Als u het geheugenvolume wilt wijzigen, draait u aan de regelaar op het afspeelscherm om de waarde van MEMORY LEVEL aan te passen.