Geheugens opslaan (WRITE)

Als u een geheugen hebt gemaakt en dat wilt opslaan, moet u dit op de volgende manier opslaan als een gebruikersgeheugen. Als u het geheugen niet opslaat, gaan de bewerkte instellingen verloren nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld of als u van geheugen wisselt.

  1. Druk tegelijkertijd op de [EXIT]-knop en de [ENTER]-knop.
  2. Het WRITE MENU-scherm verschijnt.
  3. Druk op de [å] [ä]-knoppen om de cursor naar de rij “WRITE” te verplaatsen.
  4. Druk op de [1]-regelaar.
  5. Het MEMORY WRITE-scherm verschijnt.
  6. Draai aan de [1]-regelaar om de opslagbestemming (U01–U99) te selecteren.
  7. Gebruik de [2] [3]-regelaars en [å] [ä]-knoppen om de geheugennaam te bewerken.
  8. Bewerking

    Functie

    Aan de [2]-regelaar draaien

    Verplaatst de cursor

    Op de [2]-regelaar drukken

    Verwijdert één teken

    Aan de [3]-regelaar draaien

    Verandert het tekentype

    Op de [3]-regelaar drukken

    Voegt één spatie in

    Op de [å] [ä]-knoppen drukken

    Wisselt tussen hoofdletters en kleine letters

  9. Druk op de [ENTER]-knop.
  10. Het afspeelscherm wordt weergegeven nadat het opslaan is voltooid.

 

Lijst met WRITE MENU-functies

Menu

Functie

WRITE

Slaat het geheugen op dat u hebt gemaakt.

EXCHANGE

U kunt de posities van twee gebruikersgeheugens “verwisselen”.

INITIALIZE

U kunt elk effect in een gebruikersgeheugen terugzetten naar de standaardinstellingen (initialiseren). Dit is handig als u een volledig nieuw geheugen wilt creëren.

MEMORY ORDER

U kunt de volgorde van geheugens U01-U99 wijzigen.