Geheugens opslaan (WRITE)
Als u een geheugen hebt gemaakt en dat wilt opslaan, moet u dit op de volgende manier opslaan als een gebruikersgeheugen. Als u het geheugen niet opslaat, gaan de bewerkte instellingen verloren nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld of als u van geheugen wisselt.
- Druk tegelijkertijd op de [EXIT]-knop en de [ENTER]-knop.
- Het WRITE MENU-scherm verschijnt.
- Druk op de [å] [ä]-knoppen om de cursor naar de rij “WRITE” te verplaatsen.
- Druk op de [1]-regelaar.
- Het MEMORY WRITE-scherm verschijnt.
- Draai aan de [1]-regelaar om de opslagbestemming (U01–U99) te selecteren.
- Gebruik de [2] [3]-regelaars en [å] [ä]-knoppen om de geheugennaam te bewerken.


Bewerking
Functie
Aan de [2]-regelaar draaien
Verplaatst de cursor
Op de [2]-regelaar drukken
Verwijdert één teken
Aan de [3]-regelaar draaien
Verandert het tekentype
Op de [3]-regelaar drukken
Voegt één spatie in
Op de [å] [ä]-knoppen drukken
Wisselt tussen hoofdletters en kleine letters
- Druk op de [ENTER]-knop.
- Het afspeelscherm wordt weergegeven nadat het opslaan is voltooid.
Lijst met WRITE MENU-functies
Menu | Functie |
|---|---|
WRITE | Slaat het geheugen op dat u hebt gemaakt. |
EXCHANGE | U kunt de posities van twee gebruikersgeheugens “verwisselen”. |
INITIALIZE | U kunt elk effect in een gebruikersgeheugen terugzetten naar de standaardinstellingen (initialiseren). Dit is handig als u een volledig nieuw geheugen wilt creëren. |
MEMORY ORDER | U kunt de volgorde van geheugens U01-U99 wijzigen. |