DD-2
De DD-2-hardware die in 1983 werd uitgebracht, was 's werelds eerste digitale delay in de vorm van een stompbox. De DD-2 is gemaakt in de beginperiode van de digitale muziektechnologie en is nog steeds geliefd vanwege de warme 12-bits klanken die perfect in de mix passen. |
Pagina | Parameter | Waarde | Uitleg |
|---|---|---|---|
1 | E.LEVEL | 0–100 | Past het volume van het effectgeluid aan. Als dit is ingesteld op maximum, hebben het vertragingsgeluid en het directe geluid hetzelfde volume. Als dit op minimum is ingesteld, wordt alleen het normale geluid uitgevoerd als u een aansluiting in mono maakt en wordt de uitvoer van de voornaamste uitgangen ingesteld op “0” als u een aansluiting in stereo maakt. |
F.BACK | 0–100 | Regelt de vertragingsherhalingen. | |
D.TIME | 0–100, BPM | Past de vertragingstijd nauwkeurig aan. De vertragingstijd verandert continu van 0,25 naar 1 keer de waarde die is ingesteld voor de modus.
| |
2 | MODE | S.50ms, M.200ms, L.800ms, HOLD | Schakelt tussen de modi. In de HOLD-modus kunt u de instelling D.TIME gebruiken om de aanhoudtijd te wijzigen binnen een bereik van 200–800 msec. |
BPM | 40–250 | Regelt alleen het tempo als “BPM” is geselecteerd voor D.TIME.
| |
CARRYOVER | OFF, ON | Specificeert of het effectgeluid wordt overgedragen (ON) of niet wordt overgedragen (OFF) als u het effect uitschakelt. | |
3 | OUTPUT | STEREO, DRY/EFFECT | Specificeert de uitvoermodus. STEREO: Het directe (droge) geluid wordt gemengd met het (natte) effectgeluid en uitgevoerd via de OUTPUT A (MONO)- en OUTPUT B-aansluitingen. DRY/EFFECT: Het (natte) effectgeluid wordt uitgestuurd via de OUTPUT A (MONO)-aansluiting en het directe (droge) geluid wordt uitgestuurd via de OUTPUT B-aansluiting. |
– | – |
| |
– | – |
| |
4 | CTL1 TARGET | OFF, E.LEVEL, F.BACK, D.TIME, TAP | Selecteert de parameter die moet worden bediend met een voetschakelaar die is aangesloten op CTL1. Het TIME-bereik voor de tikbewerking is 133–800 ms. Het BPM-bereik is 40–250.
|
CTL1 MODE | MOMENT, TOGGLE | Selecteert de bedieningsmodus voor de voetschakelaar die is aangesloten op CTL1.
| |
CTL1 VALUE | 0–100, BPM | Stelt de waarde in voor de parameter die wordt bediend met een voetschakelaar die is aangesloten op CTL1.
| |
5 | CTL2 TARGET | OFF, E.LEVEL, F.BACK, D.TIME, TAP | Selecteert de parameter die moet worden bediend met een voetschakelaar die is aangesloten op CTL2. Het TIME-bereik voor de tikbewerking is 133–800 ms. Het BPM-bereik is 40–250.
|
CTL2 MODE | MOMENT, TOGGLE | Selecteert de bedieningsmodus voor de voetschakelaar die is aangesloten op CTL2.
| |
CTL2 VALUE | 0–100, BPM | Selecteert de waarde voor de parameter die wordt bediend met een voetschakelaar die is aangesloten op CTL2.
| |
6 | EXP TARGET | OFF, E.LEVEL, F.BACK, D.TIME | Selecteert de parameter die wordt bediend door een extern expressiepedaal dat is aangesloten op de EXP-aansluiting. |
EXP MIN | 0–100, BPM | Stelt de minimumwaarde in voor de parameter die wordt bediend door een expressiepedaal dat is aangesloten op de EXP-aansluiting. | |
EXP MAX | 0–100, BPM | Stelt de maximumwaarde in voor de parameter die wordt bediend door een expressiepedaal dat is aangesloten op de EXP-aansluiting. | |
7 | PEDAL MODE | MOMENT, TOGGLE | Selecteert de bedieningsmodus voor de pedaalschakelaar op de PX-1.
|
ACTION | OFF Ó ON, ON Ó OFF | Stelt in hoe de pedaalschakelaar op dit apparaat werkt als PEDAL MODE is ingesteld op “MOMENT”. | |
– | – |
|