DF-2
Vergeleken met de DS-1-vervorming biedt de DF-2 een hogere versterking en een vloeiender attack-karakter. Het unieke kenmerk is de feedbackerfunctie, waarmee u de aanhoudende harmonische feedback van een versterkte gitaarversterker met aan/uit-commando's kunt activeren. Met automatiserings- en MIDI-controleopdrachten in uw DAW is het gemakkelijk om gitaren en andere geluiden met dit expressieve effect op dramatische momenten in optredens te accentueren. |
Pagina | Parameter | Waarde | Uitleg |
|---|---|---|---|
1 | LEVEL | 0–100 | Corrigeert het verschil in volume als u wisselt tussen NORMAL en EFFECT. |
TONE | 0–100 | Past de klank aan. Draai de regelaar in wijzerzin om de hoge frequenties te benadrukken voor een meer bijtend geluid. | |
DIST | 0–100 | Past de diepte van de vervorming aan. | |
2 | OVERTONE | 0–100 | Past het harmonische component van het feedbackgeluid aan (het geluid dat één octaaf hoger is). |
– | – |
| |
– | – |
| |
3 | CTL1 TARGET | OFF, LEVEL, TONE, DIST, OVERTONE | Selecteert de parameter die moet worden bediend met een voetschakelaar die is aangesloten op CTL1. |
CTL1 MODE | MOMENT, TOGGLE | Selecteert de bedieningsmodus voor de voetschakelaar die is aangesloten op CTL1. | |
CTL1 VALUE | 0–100 | Stelt de waarde in voor de parameter die wordt bediend met een voetschakelaar die is aangesloten op CTL1. | |
4 | CTL2 TARGET | OFF, LEVEL, TONE, DIST, OVERTONE | Selecteert de parameter die moet worden bediend met een voetschakelaar die is aangesloten op CTL2. |
CTL2 MODE | MOMENT, TOGGLE | Selecteert de bedieningsmodus voor de voetschakelaar die is aangesloten op CTL2. | |
CTL2 VALUE | 0–100 | Selecteert de waarde voor de parameter die wordt bediend met een voetschakelaar die is aangesloten op CTL2. | |
5 | EXP TARGET | OFF, LEVEL, TONE, DIST, OVERTONE | Selecteert de parameter die wordt bediend door een extern expressiepedaal dat is aangesloten op de EXP-aansluiting. |
EXP MIN | 0–100 | Stelt de minimumwaarde in voor de parameter die wordt bediend door een expressiepedaal dat is aangesloten op de EXP-aansluiting. | |
EXP MAX | 0–100 | Stelt de maximumwaarde in voor de parameter die wordt bediend door een expressiepedaal dat is aangesloten op de EXP-aansluiting. | |
6 | PEDAL MODE | MOMENT, TOGGLE | Selecteert de bedieningsmodus voor de pedaalschakelaar op de PX-1. Als PEDAL MODE is ingesteld op “TOGGLE”, kunt u de pedaalschakelaar lang indrukken om feedback te genereren. |
ACTION | OFF Ó ON, ON Ó OFF | Stelt in hoe de pedaalschakelaar op dit apparaat werkt als PEDAL MODE is ingesteld op “MOMENT”. | |
– | – |
|