Een virtuele pad gebruiken
Naast de pads die zijn aangesloten op de TRIGGER IN-aansluitingen, heeft de V31 ook “virtuele pads” die geluiden kunnen afspelen wanneer MIDI-nootnummers worden ontvangen.
U kunt de instellingen voor virtuele pads bewerken door de virtuele pads op het scherm weer te geven.
MEMO
- De virtuele pads zijn toegewezen aan de AUX/TOM4- (*1) en AUX2–4-pads.
*1: Wanneer de instelling Trigger Input AUX/TOM4 Select “AUX” is, wordt TOM4 gebruikt als een virtuele pad en als de instelling Trigger Input AUX/TOM4 Select “TOM4” is, wordt AUX gebruikt als een virtuele pad. - U kunt de MIDI-nootnummers instellen in KIT MIDI.
- Ø “MIDI-verzend-/ontvangstinstellingen maken voor elke pad (KIT MIDI)”
- De parameters die u instelt voor de virtuele pads, worden opgenomen in de back-upgegevens van de kit. Deze gegevens kunnen worden gelezen door de V71 en de V51.
- Druk op de [MENU]-knop.
- Gebruik de cursorknoppen om “SYSTEM” Ó “OPTION” te selecteren en druk op de [ENTER]-knop.
- Het OPTION-scherm verschijnt.
- Druk op de [F4] (UI CUSTOM)-knop.
- Het OPTION - UI CUSTOM-scherm verschijnt.

- Gebruik de draaiknop om de waarde in te stellen op “ON”.
- Dit activeert de schermweergave van de virtuele pads.
- Gebruik KIT EDIT om de virtuele pads te configureren.
Voorbeeld: VOLUME/PAN-scherm wanneer de virtuele pads zijn ingeschakeld
De virtuele pads in elk instellingenscherm worden aangegeven door een oranje rand.