De gevoeligheid van afzonderlijke pads regelen
Omdat de volgende instellingen automatisch worden ingesteld op de juiste waarden voor elke pad wanneer u het triggertype specificeert, is het normaal gesproken niet nodig om ze te bewerken.
U kunt deze instellingen bewerken als u fijnere aanpassingen wilt maken of als u een akoestische drumtrigger wilt gebruiken.
- Druk op de [TRIGGER]-knop.
- Druk op de [F3] (BASIC)-knop.
- Het TRIGGER - BASIC-scherm verschijnt.

- Selecteer de pad die u wilt configureren.
- Ø “De in te stellen pad selecteren”
- Gebruik de cursorknoppen om een parameter te selecteren en gebruik de [-] [+]-knoppen of de draaiknop om de waarde te bewerken.

Parameter | Waarde | Uitleg |
Sensitivity | 1.0–32.0 | Past de gevoeligheid van de pads aan, waarmee u de balans tussen hoe hard u de pads aanslaat en het volume van het geproduceerde geluid kunt regelen. Het verhogen van deze waarde doet de gevoeligheid toenemen, zodat zelfs zachte aanslagen op de pad het geluid op hogere volumes spelen. Het verlagen van deze waarde doet de gevoeligheid afnemen, zodat zelfs sterke slagen op de pad het geluid op lagere volumes spelen. |
Threshold | 0–31 | Past de minimumgevoeligheid van de pads aan. Deze instelling bepaalt dat er alleen maar een triggersignaal wordt ontvangen als een pad boven een bepaald dynamisch krachtniveau (snelheid) wordt aangeslagen. U kunt dit gebruiken om te verhinderen dat een pad weerklinkt als gevolg van trillingen van andere pads. In het volgende voorbeeld zal B weerklinken, maar A en C niet. Controleer het resultaat en maak indien nodig aanpassingen. Verlaag deze waarde iets wanneer een zachte slag op de pad geen geluid produceert. Herhaal dit om de ideale instelling te verkrijgen. |
Curve | Past aan hoe het volume verandert als reactie op hoe hard u de pad aanslaat. | |
LINEAR | Dit is de standaardinstelling. Dit zorgt voor de meest natuurlijke balans tussen speeldynamiek en volumeverandering. | |
EXP1, EXP2 | Een sterke dynamiek zorgt voor grotere volumeveranderingen in vergelijking met de “LINEAR”-instelling. | |
LOG1, LOG2 | Zacht spelen zorgt voor grotere volumeveranderingen in vergelijking met de “LINEAR”-instelling. | |
SPLINE | Extreme veranderingen als respons op uw speeldynamiek. | |
LOUD1, LOUD2 | Zeer weinig dynamische respons, waardoor het gemakkelijker wordt om een hoog volumeniveau aan te houden. Als u een drumtrigger als een externe pad gebruikt, produceren deze instellingen een betrouwbare triggering. | |
Rim Gain (*1) | 0–3.2 | Past de balans aan tussen de kracht waarmee de rim of rand wordt aangeslagen en de luidheid van het geluid. Het verhogen van deze waarde zorgt ervoor dat zelfs zachte slagen op de rand aan een hoog volume worden gespeeld. Deze waarde verlagen zorgt ervoor dat zelfs sterke slagen op de rand aan een laag volume weerklinken. Dit is alleen beschikbaar voor pads die rimshots ondersteunen. |
Head/Rim Adjust (*1) | 0–80 | Deze instelling specificeert hoe gemakkelijk het is om een headshot of rimshot te spelen. Verhoog deze waarde als het randgeluid weerklinkt wanneer u hard op het bovenvel slaat. Verlaag deze waarde als het bovenvelgeluid weerklinkt wanneer u een open rimshot speelt. Verlaag deze waarde als het bovenvelgeluid weerklinkt wanneer u zacht een rimshot speelt. MEMO Als het rimshotgeluid hoorbaar is wanneer u een headshot speelt of als u een headshotgeluid hoort wanneer u een rimshot speelt, breng dan kleine wijzigingen aan in de Head/Rim Adjust-waarden terwijl u de resultaten blijft uitproberen. Grote veranderingen in de waarden zorgen ervoor dat het verkeerde geluid te horen is wanneer u op de pad slaat, bijvoorbeeld door het rimshotgeluid te produceren wanneer u een headshot speelt. |
*1: Deze instelling is niet beschikbaar voor bepaalde triggertypes.
MEMO
- Druk op de [F6] (DEFAULT)-knop om terug te keren naar de standaardwaarden. De triggerparameters (met uitzondering van bepaalde parameters zoals cross-stick annuleren) worden op de standaardwaarden ingesteld. Raadpleeg “Data List” (Roland-website) voor meer informatie.
- Voor de pads die zijn aangesloten op de TRIGGER IN-aansluitingen, wordt de snelheid weergegeven als een waarde tussen 1 en 127; en voor de pads die HI-Reso Velocity ondersteunen en digitaal zijn aangesloten op een DIGITAL TRIGGER IN-poort, wordt de snelheid weergegeven als een waarde tussen 1.00 en 127.00 (wanneer MIDI CONTROL HI-Reso Velocity “ON” is). Raadpleeg “Data List” (Roland-website) voor meer informatie.
- Druk op de [F6] (CLEAR LOG)-knop terwijl u de [SHIFT]-knop ingedrukt houdt om de monitorgeschiedenis te wissen.