Functies toewijzen aan pads
U kunt functies toewijzen aan de pads die zijn aangesloten op de TRIGGER IN 13- en 14-aansluitingen (AUX3/4) of aan een pad die digitale verbinding ondersteunt die is toegewezen aan AUX3/4.
- Druk op de [SETUP]-knop.
- Gebruik de cursorknoppen om “CONTROL SETUP” te selecteren en druk op de [ENTER]-knop.
- Druk op de [F2] (PAD CTRL)-knop.
- Het CONTROL SETUP - PAD CONTROL-scherm verschijnt.

- Gebruik de cursorknoppen om een parameter te selecteren en gebruik de [-] [+]-knoppen of de draaiknop om de waarde te bewerken.
MEMO
- Als u niet wilt dat er geluid wordt geproduceerd wanneer u de pad aanslaat, stelt u de volumes van AUX3 en AUX4 in op “0” in MIXERVOLUME.
Ø “De mixer bewerken (MIXER)”
U kunt ook op de [INSTRUMENT]-knop drukken en de instrumenten van AUX3 en AUX4 voor alle lagen op “OFF” instellen.
Ø “De instrumenten over elkaar leggen (in lagen)”
Als SNARE BUZZÓSnare Buzz Sense is ingesteld op “1–12”, stel deze dan in plaats daarvan in op “OFF”.
Ø “De resonantie van de snare configureren (SNARE BUZZ)” - Als u met een pad wilt schakelen tussen drumkits in de setlijst, zet u de toegewezen functie van de pad op “KIT# DEC” of “KIT# INC” en drukt u vervolgens op de [SET LIST]-knop om deze te laten oplichten. (Maak de instellingen van de setlijst op voorhand.)
Ø “Drumkits opeenvolgend oproepen (SET LIST)”
- Als u niet wilt dat er geluid wordt geproduceerd wanneer u de pad aanslaat, stelt u de volumes van AUX3 en AUX4 in op “0” in MIXERVOLUME.
- Druk op de [KIT]-knop om terug te keren naar het KIT-scherm.